@Geschiedenisgek

Persoonlijke bespiegelingen op de (vaderlandse) geschiedenis

Nederlandse vrijwilligers in de Waffen-SS

met 2 commentaar

Op 22 juni 1941 begon de invasie van Rusland door Duitse troepen. Aan deze gevaarlijkste zet in de Blitzkrieg namen ook eenheden deel, die om de kleur van hun Wapen ook wel het Zwarte Korps werden genoemd. Geen ander leger in de Tweede Wereldoorlog had zoveel roem vergaard en zich tegelijkertijd zo gehaat gemaakt als deze Waffen-SS.

Onder de 38 divisies waren ook enkele tienduizenden vrijwilligers uit Frankrijk, Zwitserland, Liechtenstein, Denemarken, Noorwegen, Zweden, België en … Nederland. Verreweg het grootste aantal kwam uit Nederland. Voorzichtige schattingen gingen uit van ongeveer 18.000 vrijwilligers. Het RIOD (nu NIOD) becijferde het aantal op meer dan 23.000 en SS-generaal Felix Steiner sprak zelfs van meer dan 55.000 Nederlandse vrijwilligers. Concrete cijfers zijn uitsluitend te ontlenen aan de zogenaamde ‘Monatsberichte’ van SS-Hauptsturmführer Emil Blachian. Daaruit blijkt dat er in mei 1944 ruim 20.000 Nederlandse vrijwilligers dienst deden bij de Waffen-SS.

Het profiel van de Nederlandse Waffen-SS’er
Wervingsaffiche voor vrijwilligers van de Waffen-SSZeker omdat enkele ‘verre’ familieleden van mij in de oorlog ook van zeer nabij betrokken zijn geweest bij zowel de NSB als de Waffen-SS, heb ik grote persoonlijke belangstelling voor ‘het’ profiel van de Nederlandse Waffen-SS’er. Wie waren die Nederlanders die in vreemde krijgsdienst traden. En waarom namen ze deze stap?

Uit de lange rijen overlijdensadvertenties in SS-bladen, en aanverwante obscure literatuur, is – na enig puzzelwerk – wel een profiel te destilleren. Onder de naam van de gesneuvelde stond namelijk ook zijn beroep vermeld. Een steekproef uit 100 rouwadvertenties toont aan dat het over het algemeen gaat om mensen die een eenvoudig ambachtelijk beroep uitoefenden. Ook zat er een enkele middenstander bij en heel soms een leraar.
Daarnaast is het opvallend, dat er – naar verhouding – een groot aantal scholieren en studenten op de lijsten voorkomt.

Exacte leeftijden van de vrijwilligers zijn minder eenvoudig op een betrouwbare manier vast te stellen. Wat met grote mate van zekerheid kan worden vastgesteld, is dat het zeker niet alleen jongeren waren die in vreemde krijgsdienst traden.

De plaats van herkomst wordt niet door alle vrijwilligers vermeld. Degenen die dat wel deden waren vaak afkomstig uit Amsterdam en Utrecht.

Geloof en opleiding
Binnen de nazi-ideologie was er geen plaats voor een geloofsovertuiging. Zij stoelde op een eigen geperverteerde ‘religie’ die gebaseerd was op verwrongen beelden van oude mythen en vooral ook eigen interpretaties daarvan. Dit wordt duidelijk als we kijken naar de symboliek van de nazi’s.

Als typische nationaalsocialistische organisatie handelde de SS dan  ook vanzelfsprekend niet naar de christelijke moraal. En alhoewel de een dergelijke geloofsovertuiging onder de soldaten niet altijd werd onderdrukt, had zij zeker geen plaats binnen de SS-indoctrinatie. Het is in deze tevens kenmerkend dat in de SS-agenda van Luiken, die bewaard is gebleven – samen met zijn dagboeken, alle christelijke feestdagen opzichtig zijn doorgestreept.

Dat het beleiden van een godsdienst geen breekpunt was voor het naziregime, blijkt uit de tekst ‘Gott mit Uns’ die traditioneel op de riemkoppel van soldaten van de Duitse Wehrmacht was vermeld.
Voor de SS lag dit anders. Op hun uniform was de spreuk ‘Meine Ehre heisst Treue’  aangebracht. Deze trouw lag vanzelfsprekend bij de Führer.  Voor zover er binnen de SS al sprake was van de verering van een godsfiguur dan werd deze ook vertegenwoordigd door de persoon van Adolf Hitler.

Het opleidingsniveau van de verschillende vrijwilligers in de Waffen-SS lijkt niet bijzonder hoog. Documentairemaker Joost Seelen met ‘Zwarte soldaten’ een indringend tijdsbeeld gemaakt over ‘de’ Nederlandse SS’ers. Hiermee wordt het bedenkelijk lage opleidingsniveau van het merendeel van deze vrijwilligers nog eens onderstreept.

Die divisie kon natuurlijk niet zonder leiding. Henk Veldmeijer, later Feldmeijer, was degene die via de ‘Mussert Garde’- een NSB-club naar SS-voorbeeld – opklom tot bevelhebber van de Nederlandse SS en later de Nederlandse divisie van de Waffen-SS.

De ‘carrière’ van Feldmeijer
Juist voor de Duitse inval in mei 1940 werd Feldmeijer, samen met andere vermeende ‘landverraders’ waaronder Rost van Tonningen – opgepakt en geïnterneerd. Eenmaal terug in Henk Feldmeijer, bevelhebber van de Nederlandse SS. Een hele foute collaborateurNederland kreeg hij al snel een goede verhouding met Hans Albin Rauter. Feldmeijer was de oprichter van de Nederlandse SS, diende in de Leibstandarte-SS ‘Adolf Hitler’ en vocht met de Waffen-SS aan het Oostfront.

Eenmaal terug in Nederland, kreeg hij de leiding over het Sonderkommando-Feldmeijer, dat in 1943 actief was bij het plegen van represailles op Nederlandse burgers na aanslagen door het verzet. Deze taak combineerde hij met het commando over een bataljon van de Landstorm Nederland. Op 22 februari 1945 werd de auto van Feldmeijer beschoten door een geallieerd jachtvliegtuig. Bij die aanval kwam Feldmeijer om het leven.

Nederlandse Waffen-SS’ers na de Tweede Wereldoorlog
In 1984 werd voor het eerst gepubliceerd over Nederlandse Waffen-SS’ers die – direct na de Tweede Wereldoorlog – opdoken in het KNIL.  Voor dit opvallende onderdeel uit onze geschiedenis maak ik gebruik van een artikel van C. van Esterik in het NRC Handelsblad. Een letterlijk citaat:

“Een extra macaber trekje van de geschiedenis is dat het Nederlandse leger in Indonesië soldaten bevatte, die nog maar even tevoren hun leven op het spel hadden gezet ter verdediging van het rijk van Adolf Hitler. Een ex-officier van het KNIL bevestigt in het artikel dat SS-ers deel uitmaakten van het leger dat `orde en rust’ in Indonesië moest brengen.”
In de Tweede Wereldoorlog werd bij de meeste SS’ers, zowel Duitse SS’ers als vrijwillige SS’ers uit de bezette gebieden (waaronder Nederlandse SS’ers), hun bloedgroep onder hun linker oksel getatoeëerd. Hierdoor konden de SS’ers wanneer ze gewond waren geraakt sneller van het juiste bloed worden voorzien. Na de Tweede Wereldoorlog werd het getatoeëerde nummer een belangrijk kenmerk waardoor SS’ers konden worden onderscheiden van burgers en Wehrmachtsoldaten. Veel SS’ers verwijderden daarom het nummer om minder op te vallen.

Er worden echter geen aantallen genoemd. De tekst van het NRC Handelsblad gaat daar verder ook niet op in. Wel wordt er gezinspeeld op een politieke of militaire betrokkenheid bij het inschakelen van voormalige Nederlandse SS’ers bij het KNIL.

Geschreven doorGeschiedenisgek

maart 31, 2012 op 3:10 pm

De geschiedenis van de file

laat een bericht achter »

Alle goede bedoelingen ten spijt, hebben we er nog altijd iedere dag last van: files. Maar zijn files nu eigenlijk een verschijnsel van de moderne tijd? Niet echt! Files zijn er al jarenlang. Sterker nog, de eerste maal dat er in de Nederlandse literatuur over files werd gesproken, was in 1889.

Dat was door Louis Couperus, in zijn boek ‘Eline Vere’.

“Dirk, de koetsier, was een ogenblik genoodzaakt geweest even stil te blijven staan, maar nu kwam er opnieuw vlugger beweging in de  file van equipages op de rijweg.”

De eerste file uit de moderne Nederlandse geschiedenisWaren het in de tijd van Eline Vere nog rijtuigen,  in de jaren vijftig van de vorige eeuw komen er meer en meer auto’s. Vervoer heeft in die tijd een positieve klank.  Op een zonnige Eerste Pinksterdag in 1955 ontstaat dan ook de eerste file bij Oudenrijn, het enige verkeersknooppunt dat we in die jaren in Nederland hebben.
De mensen die uit de Randstad komen willen naar het bos; de mensen uit het bos willen naar de Randstad. Halverwege komen ze elkaar tegen.

Files waren in die tijd een ‘recreatieve gebeurtenis’.  Het was modern om in de file te staan.  Als je in de file stond, dan hoorde je erbij.  De file kwam uit de Verenigde Staten.  Daar kwamen per slot van rekening alle moderne dingen vandaan.

Vanaf de jaren zestig verandert het gebruik van de auto en – heel belangrijk!- wordt de auto veel goedkoper. In 1964 wordt de miljoenste auto verkocht. Veel meer dan waar de staat op had gerekend. Nederland gaat collectief met de auto van huis naar het werk: de forens is geboren.  de vrouw emancipeert en gaat meedoen aan het woon-werkverkeer. Ouders brengen hun kinderen met de auto naar school.  Kwamen bakker, slager en groenteman vroeger aan huis, vanaf de jaren zestig gaan mensen op grote schaal in flats wonen. Ze doen zelf hun boodschappen. Sterker nog, de moderne huisvrouw heeft een boodschappenautootje. En met elkaar komen we meer en meer vast te staan.

Filebestrijding
Het volk roept om maatregelen. En die komen er! Achtereenvolgende ministers van Verkeer & Waterstaat stellen tal van maatregelen voor: spitsvignetten, betaalstroken, stimuleren van het gebruik van openbaar vervoer, spitstoeslagen, verhoging van de benzineaccijns, rekeningrijden en tolpoortjes. Tegen elk van deze maatregelen koestert de automobilist een gezond wantrouwen.

De ANWB, de Telegraaf en de VVD zijn hun voornaamste spreekbuizen.

De psychologie van de file
Hoewel er vandaag de dag sprake is van een teruggang in het totale aantal filekilometers, staan we met elkaar nog steeds iedere dag  urenlang vast in het verkeer.  Met alle economische schade van dien. Ondanks dit probleem, worden er nog altijd heel veel auto’s verkocht. Waarom?
Erik Verhoef, hoogleraar ruimtelijke economie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam reageert:  ’Achter het fileprobleem zit een menselijk probleem.  Als de doorstroming beter is, gaan mensen die de auto nu minder gebruiken, terug naar de spits. Nieuwe wegen hebben een aanzuigende werking, het voordeel verdampt dan meteen weer.  Het is een wurggreep. Economen noemen dit: ‘the tragedy of the common’.  Wanneer je als enige in een vol stadion gaat staan, dan zie je alles beter.  Maar als iedereen gaat staan, zie je alles weer minder. Mensen moeten hun gedrag aanpassen.’

Automobilisten vinden over het algemeen dat ze zelf een prima reden hebben om in de file te staan. Sommigen zien zelfs voordelen van de file. In de file gaan zij de vrijheid tegemoet.  Even tijd voor zichzelf tussen het gezin en de baas op het werk. Daarmee wordt de auto een verlengstuk van de huiskamer. Een eventueel alternatief moet wel HEEL aantrekkelijk zijn. Van maatregelen voor beter openbaar vervoer denkt de gemiddelde automobilist: dat is prima voor de buurman. Maar zelf blijft hij lekker autorijden.

Geschreven doorGeschiedenisgek

maart 29, 2012 op 7:39 am

Bauhaus en haar invloed op hedendaags industrieel design

laat een bericht achter »

Bauhaus is in 1919 ontstaan uit een fusie van twee in die tijd befaamde kunstopleidingen: de Grossherzogliche Sächsische Hochschule für Bildende Kunst en de Grossherzogliche Sächsische Kunstgewerbeschule. Uit deze fusie ontstond het nieuwe Staatliches Bauhaus Weimar.

Bauhaus, de roemruchte Duitse designstromingHet zowel theoretisch als praktisch ingerichte programma is een ‘synthese van plastische kunsten, ambachtelijke techniek en design.’
De Nederlandse kunstenaar Theo van Doesburg heeft een belangrijk inhoudelijk aandeel geleverd aan het ontstaan van de nieuwe opleiding.

Nooit eerder vertoond
Bauhaus is zowel een kunstenaarsschool, een pedagogisch project als een broedplaats voor Bauhaus design. Het was een aanpak die de wereld nog niet eerder had gezien. De studenten ontwikkelden hun creativiteit door te werken met de meest uiteenlopende materialen.

Van Weimar naar Dessau
In 1925  verhuisde het Bauhaus naar Dessau. Daar bouwden ze een nieuw complex, in een soort van molenwiekstructuur van verschillende panden. Er was een gebouw voor colleges, een studentenhuis, een gecombineerd auditorium/restaurant en administratiegebouw en het kantoor van toenmalig directeur Walter Gropius die er ook zijn architectenbureau had gevestigd.

De verhuizing naar Dessau markeert ook de oprichting van een opleiding voor industrieel vormgeven. Hier wordt onder meer lesgegeven in vakken als reclametechniek, fotografie en typografie.

Functionalisme
iPhone-design, Apple
Eén van de kenmerkende designstromingen die in deze periode ontstond is het functionalisme. Een aanpak die erop is gericht dat constructie en uiterlijk van producten wordt bepaald door het gebruik of de functie. Form Follows Function wordt dit ook wel genoemd.
Onder de bezielende leiding van Steve Jobs (1955-2011) heeft Apple ervoor gezorgd dat het functionalisme een nieuwe impuls heeft gekregen door hun designaanpak. In alle Apple-producten zijn design en functionaliteit maximaal op elkaar afgestemd. Functionalisme in de meest optimale vorm.

Daarmee schaart Jobs zich in het gezelschap van functionalisten van het eerste uur als Walter Gropius, Ludwig Mies van der Rohe en Gerrit Rietveld.

Geschreven doorGeschiedenisgek

maart 28, 2012 op 7:55 am

Via de Boerenpartij kwam de NSB in 1966 even terug in de landelijke politiek

met één reactie

In 1966 – een jaar waarin de Boerenpartij onverwacht veel succes kende – bleek de partij een (relatief) groot aantal voormalige NSB’ers en andere voor collaboratie veroordeelde Nederlanders op de kandidatenlijst te hebben. De bekendsten daarvan waren Evert Roskam en Hendrik Adams. Vooral de verkiezing van Hendrik Adams tot lid van de Eerste Kamer leidde in die tijd tot grote opschudding.

Dat de Tweede Wereldoorlog nog altijd grote gevolgen kan hebben voor de landelijke politiek bleek in 1978. De kop van Willem Aantjes – indertijd een alom gerespecteerd politicus van de ARP – rolde zonder pardon, toen bleek dat hij zijn lidmaatschap van de Germaansche-SS had verzwegen. Dit was niet het eerste probleem dat zich met ‘foute’ kandidaat-politici voordeed aan het Binnenhof.
In 1966 was daar namelijk al de affaire rond Hendrik Adams. Een nieuw benoemde senator (lid van de Eerste Kamer) voor de Boerenpartij.

‘Briesend van woede kwam hij de koffiekamer van de Eerste Kamer binnen en stormde op mij af. “Jij proleet….” schreeuwde hij onder andere. En toen heb ik hem een vuistslag gegeven.’ Aldus ir. Jan Baas, prominent VVD’er van het eerste uur en voor die partij lid van de Eerste Kamer.

Direct de waarheid boven tafel

Hendrik Adams verlaat het gebouw van de Eerste Kamer na het 'vuistslagincident'

Hendrik Adams

Direct nadat de nieuwe leden van de Eerste Kamer waren geïnstalleerd, verzocht Baas – een van de oudgedienden – het woord te mogen voeren tot zijn collega-senatoren. Over een onderwerp van persoonlijke aard, zoals dat toen in het jargon werd genoemd.

In zijn betoog lichtte Baas zijn collega’s in over het oorlogsverleden van Adams, de twee kenden elkaar uit hun tijd als leraar aan de Rijkslandbouwwinterschool te Emmen. Adams had nationaal-socialistische sympathieën en had onder meer een stuk geschreven in het meest antisemitische periodiek dat Nederland ooit heeft gekend, de Misthoorn. Adams schreef daarin over ‘kromneuzige leiders, die ons volk doelbewust offerden op het altaar van de Engels-Joodsche belang’.
Ook had hij banden met Saxo-Frisia, een volkenkundige stichting die nauwe banden had met de SS.Baas kon en wilde het Kamerlidmaatschap van zijn voormalige collega niet accepteren.

Adams werd na de oorlog veroordeeld wegens collaboratie en verloor voor tien jaar het kiesrecht. `Dat hij thans weer gaat optreden als afgevaardigde verontrust mij ten zeerste’. Zo hield Baas de Kamer voor en hij kwam tot de conclusie dat Adams niet op zijn collegiale omgang kon rekenen. Daarop volgde het incident met de vuistslag.

Hendrik Koekoek, kleurrijk en discutabel leider van de Boerenpartij

Hendrik Koekoek

Voorpaginanieuws
De dagen daarna was de affaire Adams voorpaginanieuws en kwamen steeds meer nieuwsfeiten over de rol van Adams in de oorlog boven tafel. Twee weken later, op 4 oktober 1966 mocht Adams zich in de Eerste Kamer verdedigen. Hij verklaarde nooit verraad te hebben gepleegd en zag de aanval van Baas als een hetze tegen de Boerenpartij. De woordvoerders van de andere fracties gaven aan dat van enige samenwerking met Adams geen sprake kon zijn. Op 7 oktober 1966, tijdens een partijvergadering van de Boerenpartij in Assen, deelde partijleider boer Koekoek  mee dat Hendrik Adams zich zou terugtrekken uit de Eerste Kamer, op grond van een onwettige en onwaardige bejegening in een vijandige sfeer.

Meer kandidaten met een besmet oorlogsverleden
Nadat bleek dat ook vertegenwoordigers van de Boerenpartij in de gemeenteraden van nationaal-socialistische sympathieën werden beschuldigd, ontstond er beroering in de partij. Verschillende leden namen het partijleider Koekoek kwalijk dat hij Adams bleef verdedigen. De roep om democratisering van de partij en om een einde aan de Koekoekcultus haalde niets uit. Talloze leden zegden hun lidmaatschap op.

Het eerste grootschalige conflict in de Boerenpartij was geboren.

Geschreven doorGeschiedenisgek

maart 26, 2012 op 10:35 am

Een korte geschiedenis van de Kemble pianofabriek

laat een bericht achter »

  • Kemble piano’s werd opgericht in 1911 door Michael Kemble in Stoke Newington, Noord-Londen.kemble, kwaliteitspiano's verkrijgbaar bij Emile van Leenen piano's en vleugels  http://www.emilevanleenenpianos.nl
  • Michael Kemble’s zoon, Robert, nam het bedrijf in 1950 over en verhuisde naar een state-of-the-art fabriek in Bletchley, in de buurt van Milton Keynes. Het bedrijf groeide snel en de productie breidde zich uit.
  • In 1968 ging  Kemble  een joint venture aan met de Yamaha Corporation uit Japan. In de  jaren daarna ontstond Yamaha-Kemble Music Ltd.
  • In 1985 begon Kemble en Co met het maken van een reeks  akoestische piano’s voor Yamaha, die werden verkocht op de Britse markt, en twee jaar later werd Kemble Yamaha’s  Europese productie-partner. 
  • Kemble en Co werd in 1992 geëerd  met de toekenning van  The Queen’s Award  for Export Achievement, het enige Britse bedrijf in de  pianoindustrie dat deze onderscheiding ooit  heeft ontvangen.
  •  In 2009 ging Kemble samenwerken met de Oostenrijkse pianofabriek  Bösendorfer. Het resultaat van deze samenwerking was het model ‘Chopin’ , een special edition piano ter gelegenheid van de viering van de  200ste geboortedag van Frédéric Chopin.

  •  In 2009 verhuist de productie van Kemble piano’s  naar de Yamaha fabrieken in het Verre Oosten.
  • Vanaf februari 2012 zijn de nieuwe Kemble-instrumenten te bewonderen in de showroom van Emile van Leenen Piano’s en Vleugels in Leiden.

Geschreven doorGeschiedenisgek

maart 25, 2012 op 11:05 am

De grote economische crisis van 1929

met 2 commentaar

De jaren twintig van de vorige eeuw werden in economisch opzicht gekenmerkt door een enorme bloei. Dat gold niet alleen voor de grote wereldeconomieen; ook de Nederlandse economie draaide in die tijd boven verwachting. Maar toen kwam die ongelofelijke oktobermaand van 1929.

Achteraan aansluiten. Duizenden werklozen wachten geduldig om zich te registrerenHet tapijt werd onder de wereldwijde welvaart weggetrokken. De beruchte ineenstorting van Wall Street, het verdampen van miljarden – vaak in nauwelijks een paar dagen tijd. Het maakte allemaal een overweldigende indruk. Maar in Nederland leek het aanvankelijk allemaal wel mee te vallen. Beleggen in aandelen was hier iets voor de economische bovenlaag van Nederland. En, okay die werden soms fors in de portemonnee getroffen, maar verder ging het wel. Het leek iets dat wel te overleven viel.

1929: ongekende armoede
Naarmate de crisis zich verdiepte en het leven voor de man in de straat moeilijker werd, kregen de radicale tegenstanders van het politieke systeem stilaan meer voet aan de grond. Er waren alle communistische splintergroepen. Nu maakte Nederland voor het eerst kennis met het fascisme.De Algemene Nederlandsche Fascistenbond onder leiding van Jan Baars was de eerste (splinter) partij aan de rechterkant van het politieke spectrum.  Het bleef allemaal klein en versplinterd, maar niet voor lang meer. In 1932 richtte Anton Mussert, samen met zijn vriend Cornelis van Geelkerken de Nationaal-Socialistische Beweging op. De nieuwe partij was hevig oranjegezind. Ze bestreed het groot kapitalisme door te wijzen op het nationaal belang en de essentiële eenheid van het hele volk. Antisemitisme – in die tijd al de belangrijkste karaktertrek van de NSDAP van Hitler – kwam aanvankelijk in de partij van Mussert niet voor. Sterker nog, er werden zelfs joden tot de NSB toegelaten.  De partij groeide vooral in de hogere kringen en in de middenstand. Maar tot het proletariaat wist de NSB niet door te dringen. In de praktijk konden zij slechts vissen in de beperkte vijver die de christelijke partijen en de SDAP gelaten hadden aan het liberalisme. Vooral de nogal oud-liberaal getoonzette Vrijheidsbond had last van deze nieuwe concurrent.

In 1933 had Hitler het in Duitsland tot Führer en Rijkskanselier gebracht. Hier kwam niet – net als in Italië – een staatsgreep aan te pas. Het waren de bizarre gebeurtenissen rond de Rijksdagbrand waarbij de Leidse revolutionair socialist Marinus van der Lubbe een merkwaardige rol had gespeeld. Hitler maakte daar dankbaar gebruik van en vestigde met behulp van een aantal uitzonderingswetten een complete dictatuur.De aanloop naar de volgende wereldwijde oorlog was begonnen.In Nederland ging de ontwikkeling ook toen al langzamer dan in de landen om ons heen.

1930 was voor iedereen die werk had – en dat waren er gelukkig nog heel veel – eigenlijk best een goed jaar. En had je de pech om zonder werk te komen, dan was je niet meteen brodeloos. De meeste werknemers waren zelfs via de vakbond voor korte tijd tegen werkloosheid verzekerd. Die ‘verzekering’ had meestal een looptijd van zo’n week of zes. Als de werklozen dan nog geen andere baan hadden gevonden, kwamen ze wel in de problemen. Er was geen sociaal vangnet, zoals nu. Men werd dan afhankelijk van het Maatschappelijk Hulpbetoon. Een andere naam voor de gemeentelijke armenzorg. Wie in deze ‘steun’ terechtkwam, zag zijn koopkracht in de regel met minimaal 50 procent dalen. Het gemiddeld uitgekeerde bedrag schommelde ergens tussen de 15 en 18 gulden per week. En dat terwijl een gemiddelde vakman zo’n 35 gulden per week verdiende.

Te weinig om van te leven
De steun was met recht te weinig om van te leven en teveel om van dood te gaan. Je kon er van eten, maar dat was dan ook alles.Toch had zich een economische ramp van de eerste orde voltrokken,  De teruglopende vraag – een gevolg van de crisis in Amerika – bracht een probleem aan het licht waar niemand ooit aan had gedacht. De Nederlandse industrie draaide overproductie.  Er werden noodsprongen gemaakt om dreigende faillissementen te voorkomen. De financiering van de Duitse oorlogsschuld kwam abrupt tot stilstand. Achter de oostgrens schoot de werkloosheid in recordtempo omhoog.

Naarmate de crisis zich verdiepte en het leven voor de man in de straat moeilijker werd, kregen de radicale tegenstanders van het politieke systeem stilaan meer voet aan de grond. Er verkiezingsposter voor de NSB bij de Tweede Kamerverkiezingenwaren alle communistische splintergroepen. Nu maakte Nederland voor het eerst kennis met het fascisme.De Algemene Nederlandsche Fascistenbond onder leiding van Jan Baars was de eerste (splinter) partij aan de rechterkant van het politieke spectrum.  Het bleef allemaal klein en versplinterd, maar niet voor lang meer. In 1931 richtte Anton Mussert, samen met zijn vriend Cornelis van Geelkerken de Nationaal-Socialistische Beweging op. De nieuwe partij was hevig oranjegezind. Ze bestreed het groot kapitalisme door te wijzen op het nationaal belang en de essentiële eenheid van het hele volk. Antisemitisme – in die tijd al de belangrijkste karaktertrek van de NSDAP van Hitler – kwam aanvankelijk in de partij van Mussert niet voor. Sterker nog, er werden zelfs joden tot de NSB toegelaten.  De partij groeide vooral in de hogere kringen en in de middenstand. Maar tot het proletariaat wist de NSB niet door te dringen. In de praktijk konden zij slechts vissen in de beperkte vijver die de christelijke partijen en de SDAP gelaten hadden aan het liberalisme. Vooral de nogal oud-liberaal getoonzette Vrijheidsbond had last van deze nieuwe concurrent.
In 1933 had Hitler het in Duitsland tot Führer en Rijkskanselier gebracht.  Hij vestigde met behulp van een aantal uitzonderingswetten binnen enkele maanden een complete dictatuur.

De aanloop naar een volgende wereldwijde oorlog was begonnen.

Geschreven doorGeschiedenisgek

maart 24, 2012 op 3:52 pm

Wat zijn Nacht-und-Nebel-gevangenen?

laat een bericht achter »

Het begrip ‘Nacht-und-Nebel’ is afkomstig uit de Tweede Wereldoorlog en specifiek gericht op de bestraffing van ‘illegale werkers’ (hier worden verzetsmensen bedoeld). Het ontstaan van de ‘Nacht-und-Nebel’- regeling is voor het eerst bekend gemaakt op 7 december 1941 in de ‘Richtlinien für die Vervolgung von Straftaten gegen das Reich oder die Besatzungsmacht in den besetzten Gebieten’. De nadere uitwerking ervan in een praktisch uitvoerbare regeling volgde enkele dagen later.

Nacht und Nebel, de 'juridische' regeling voor het berechten van verzetsmensen in de Tweede WereldoorlogIn eerste instantie was de toepassing van het ‘Nacht-und-Nebel’-principe gericht op de bestraffing van ‘illegale werkers’. Mocht er sprake zijn  van een situatie waarin de doodstraf (direct gevolgd door executie) niet kon worden opgelegd, dan moest de Geheime Feldpolizei de arrestanten naar Duitsland overbrengen. Zij werden dan ‘gevangenen van de Wehrmacht’ en konden in het geheim door een Wehrmachtgericht worden berecht.
Van dit laatste voornemen kwam in de praktijk niets terecht.  Voor zover bekend werden de ‘zaken’ tegen ‘Nacht-und-Nebel’-gevangenen aangebracht bij drie Sondergerichte (Keulen, Essen en Kiel) en het beruchte Volksgerichthof onder leiding van Roland Freisler.

De exacte hoeveelheid Nacht-und-Nebel-processen is niet bekend. Uit cijfers van eind 1942 blijkt dat de drie Sondergerichte meer dan 6.000 zaken toegewezen hadden gekregen. Het Volksgericht had toen circ200 Nacht-und-Nebel-dossiers in behandeling. Van het Volksgerichthof is bekend dat in
ongeveer 50% van de zaken een doodvonnis werd uitgesproken. Van de strafmaat bij de Sondergerichte heb ik geen nadere informatie kunnen achterhalen.

Wat gebeurde er met de Nacht-und-Nebel-gevangenen die niet ter dood waren veroordeeld?
Concentratiekamp Natzweiler. Het enige nazi-concentratiekamp op Franse bodem. Een van de verblijfplaatsen van Nacht-und-Nebel-gevangenen.Voor zover er geen sprake was van vrijspraak, kregen zij gevangenisstraf opgelegd. Die straf voerde hen naar de concentratiekampen Groß-Rosen en Natzweiler. Deze NN-Häftlinge verbleven er in een volstrekt isolement. Iedere vorm van contact met familie of vrienden werd hen verboden.

Hoe werd de Nacht-und-Nebel-regeling in Nederland toegepast?
In algemene zin werden alle Nederlandse verzetsmensen die door de bezetter werden gearresteerd als politieke gevangenen beschouwd. Wanneer niet aan de randvoorwaarde inzake veroordeling en executie kon worden voldaan, dienden de Nederlandse NN-Häftlinge overgeleverd te worden  aan de Wehrmacht en afgevoerd naar Duitsland. Dit gebeurde aanvankelijk echter niet. Dat had alles te maken met het feit dat het Duitse bestuur van bezet Nederland niet  onder het Oberkommando der Wehrmacht ressorteerde. In bezet Nederland werd deze regeling aanvankelijk dus niet uitgevoerd.

In mei 1942 probeerde Seyss-Inquart toestemming te verwerven om in bezet Nederland de Nacht-und-Nebel-regeling op een andere manier te mogen toepassen. Hij stelde voor verzetsmensen, die men eigenlijk ter dood zou moeten brengen, zou men als NN-Häftlinge laten verdwijnen. Het zou dan lijken alsof zij waren geëxecuteerd; in bezet gebied zou het effect dus hetzelfde zijn. Maar in werkelijkheid zou men deze gevangenen als politieke gijzelaars kunnen gebruiken. Het waren, aldus Seyss-Inquart en Rauter, na de oorlog ‘zeer waardevolle mensen’.

Een nieuw decreet
De correspondentie over deze zaak was nog gaande, toen Hitler op 30 juni 1944 een nieuw decreet ondertekende. Door de gehele berechting van ‘illegale werkers’ werd een streep gehaald. Zij moesten – als zij op heterdaad waren betrapt – ter plekke worden neergeschoten.  De opheffing van alle regels inzake berechting betekende dat alle gevangenen  - ook die in bezet Nederland – volledig in de macht van de Sicherheitspolizei kwamen.

Geschreven doorGeschiedenisgek

maart 22, 2012 op 9:09 am

Leef met vlag en wimpel, maar hou het simpel…

laat een bericht achter »

Op 6 november 1974 was de eerste uitzending van het Simplistisch Verbond op televisie te zien. De dag ervoor mochten Van Kooten en De Bie in de Volkskrant uitleggen wat ze precies met het simplisme bedoelden. ‘Heer Bie’ vatte het als volgt samen: “Leef met vlag en wimpel, maar hou het simpel.”

Deze uitdrukking maakte deel uit van een reeks op rijm gezette mededelingen en leuzen:

Van leef met vlag en wimpel, maar hou het simpel werd echter ook een liedje gemaakt dat als De Verbondshymne op single werd uitgebracht. Het refrein ging als volgt:

Mensen hou het simpel
Leef met vlag en wimpel
‘t Scheelt per jaar een rimpel
Hou het leven simpel
Er blinkt nog zoveel voor de boeg
Sla beide handen aan de ploeg
En hou  je wensen simpel
De helft is dik genoeg.

Wat bedoelden Van Kooten en De Bie nu precies?
Wat Kees van Kooten en Wim de Bie nu precies met het simplisme bedoelden, werd ondertussen niet echt helder.  Het Simplistisch Verbond had weliswaar een beginselverklaring Heer Koot en heer Bie, samen de directie van Het Simplistisch Verbond.uitgegeven waarin in zes punten werd uitgelegd wat het simplisme beoogde (punt 4: “Het simplisme signaleert en bestrijdt zoveel mogelijk lulkoek”), maar tegelijkertijd hielden zij de boodschap opzettelijk vaag. In vrijwel iedere uitzending vroegen zij in het eerste seizoen: “Ja dat simplisme, wát is dat nu eigenlijk?” En dan volgde er een uitleg die de verwarring alleen nog maar groter maakte.

Is simplisme een nieuw woord?
Simplisme was geen nieuw woord. Het bestaat al zeker sinds 1933 in de betekenis van ‘gemaakte eenvoud, te sterk vereenvoudigde voorstellingswijze’. Simplistisch is al in 1918 opgetekend met als betekenis: ‘eenzijdig, niet breder beschouwend, maar alles of te veel uit één beginsel verklarend’.  Van Kooten en De Bie gaven simplisme dus vooral een eigen lading. Maar die was zo vaag gehouden, dat dit uiteindelijk niets aan de oorspronkelijke betekenis heeft toegevoegd. Dat was trouwens al heel snel duidelijk.
Al in 1979 zei Van Kooten tegen Panorama: “Eigenlijk is het toch hartstikke leuk, dat iedereen het woord simplisme gebruikt, maar niemand precies weet wat het is.”

De uitdrukking leef met vlag en wimpel, maar hou het simpel leeft nog altijd voort, in verschillende variaties. Zo presenteerden Ronald Giphart en Rob van Erkelens in 1994 een nieuw literair tijdschrift – Zoetermeer – met als motto: ‘Wij schrijven met vlag en wimpel, maar houden het simpel.’

Geschreven doorGeschiedenisgek

maart 16, 2012 op 11:18 am

Alle ongewenste vreemdelingen het land uit?

laat een bericht achter »

Ons huidige kabinet (Rutte) werkt aan beleid waarmee het mogelijk wordt (ongewenste) vreemdelingen versneld het land uit te zetten. Deze voornemens oogsten veel kritiek, voornamelijk van links politiek Nederland en van vluchtelingenorganisaties. Toch is dit in onze geschiedenis al eens eerder gebeurd. Direct na de Tweede Wereldoorlog wilde de Nederlandse regering circa 25.000 ongewenste vreemdelingen (lees: Duitsers) arresteren en uitzetten. Een terugblik.

Landverraders en collaborateursDe bevrijding van 1945 betekende niet dat alle inwoners van ons land ook daadwerkelijk vrij kwamen. Veel mensen werden direct gearresteerd. Niet alleen NSB’ers, maar ook Duitsers die vaak al ettelijke tientallen jaren in ons land wonen, met Nederlandse vrouwen getrouwd zijn en kinderen hebben.

Toenmalig minister Kolfschoten van Justitie besluit dat alle Rijksduitsers Nederland moeten worden uitgezet. Het plan krijgt aanvankelijk veel bijval, maar later komen er ook problemen.

Als eersten moeten de Duitsers die sinds of direct na 10 mei 1940 in ons land wonen worden uitgewezen. Het gaat daarbij niet alleen om nazi’s, maar ook om werkkrachten in de Nederlandse mijnbouw en industrie. Hierna is de groep die na 1 januari 1933 ons land is binnengekomen aan de beurt. In deze groep zitten zowel de duizenden Duitse dienstboden als de politieke vluchtelingen, met inbegrip van joden. En tot slot moeten ook alle overigen vertrekken. Dat zijn duizenden Duitsers die in de jaren twintig de ellende van Duitsland hebben verruild voor het toen welvarende Nederland en veelal werkzaam zijn in de mijnen in Limburg, in industrieën in de grensstreek van Gelderland en in de handel in de grote steden in het westen van het land. Velen van hen zijn getrouwd met Nederlandse vrouwen en hun kinderen zijn Nederlands opgevoed maar hebben wel de Duitse nationaliteit.
In totaal gaat het om 25.000 Rijksduitsers.

Bezwaar van de geallieerden
Al snel nadat de plannen bekend worden, maken de geallieerden –  die de westelijke zone van het voormalige Derde Rijk besturen – bezwaar tegen de Nederlandse plannen. Men is vooral bang dat andere landen door het Nederlandse besluit op ideeën worden gebracht. Mede door de zeer slechte situatie voor de overlevende burgerbewoners in Duitsland is Justitie genoodzaakt de aanvankelijke plannen bij te stellen.

In de uiteindelijke besluiten wordt vastgelegd dat:

  • duitsers die controleerbaar vóór 1940 Nederland zijn binnengekomen en zich daarnaast als ‘vriend’ hebben gedragen (bijvoorbeeld door mee te doen aan het verzet) niet hoeven te vertrekken;
  • voor politieke vluchtelingen die na 1933 – het jaar dat Hitler aan de macht kwam – naar Nederland kwamen, een andere regeling wordt voorbereid.

Voor het overige is men ongevoelig voor alle kritiek en gaan de voorgenomen uitzettingen gewoon door.

Een langzame start
Het uitzetten van ongewenste Duitsers komt langzaam op gang. De Engelse autoriteiten – bestuurders van de westelijke sector van het bezette gebied – stellen aanvullende eisen. Zo worden, tegelijk met de uitzetting van Duitsers uit Nederland, Nederlanders uit Duitsland teruggestuurd. Omdat er ook vanuit kerkelijke organisaties heftig tegen de voor Nederlandse begrippen harde maatregelen wordt geprotesteerd, gaat politiek Den Haag over tot een tussenoplossing.
Naar goed Nederlands gebruik wordt er een commissie ingesteld. Deze commissie bemiddelt bij het ontstaan van een verschil van mening tussen meerdere instanties die bij de uitzetting betrokken zijn.

In veruit de meeste gevallen is echter wel duidelijk wat er moet gebeuren. Mensen die lid zijn geweest van de Duitse nazipartij en zich bij het begin van de bezetting in een nazi-uniform hadden vertoond of een hakenkruisvlag hadden uitgehangen waren fout. Maar er waren ook lastiger situaties. Bijvoorbeeld als vader werd gedwongen bij de Wehrmacht te dienen maar zich nooit pro-Duits had opgesteld. De ambtenaren van de vreemdelingendienst hebben in samenwerking met de plaatselijke politie en de Politie Opsporingsdienst (POD) dossiers aangelegd over bijna alle Duitse vreemdelingen in Nederland.

In kamp Marienbosch geïnterneerde Rijksduitsers

(foto: Geschiedenis24.nl)

Ondanks het feit dat de geallieerden zich bleven verzetten, ging de uiteindelijke uitzetting gewoon door. De nieuwe minister van Justitie – Van Maarseveen – maakt in het najaar van 1946 bekend nog steeds voornemens te zijn om 17.000 Duitsers uit te zetten. Alle aangehouden Duitsers worden – in afwachting van hun uitzetting - opgesloten in enkele kampen bij de grens. Het grootste kamp dat voor deze actie wordt gebruikt, is kamp Mariënbosch bij Nijmegen.

Na een kleine twee jaar worden de kampen voor tijdelijke opvang van Rijksduitsers gesloten. Omdat de staat van oorlog tussen Nederland en Duitsland in 1951 wordt beëindigd, zijn Rijksduitsers niet langer vijanden van de staat.
In totaal zijn 3.691 Rijksduitsers na de Tweede Wereldoorlog ons land uitgezet.

Geschreven doorGeschiedenisgek

maart 12, 2012 op 8:00 am

Censuur in Hilversum

laat een bericht achter »

Zowel de Nederlandse politiek als de Nederlandse publieke omroep heeft de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel staan. In de zo typische ‘dat moet kunnen’ cultuur die zo kenmerkend is voor de Nederlandse samenleving, is het bijna niet voor te stellen dat de programmamakers in Hilversum zich nauwelijks verholen censuur hebben moeten laten welgevallen. Toch is dat gebeurd. In dit blogartikel kijk ik terug op de gebeurtenissen rond het roemruchte programma ‘Hoepla’ van de VPRO. Verantwoordelijk voor het eerste totale vrouwelijk naakt op de Nederlandse televisie.

Phil Bloom, naakt achter het dagblad Trouw op televisieIn 1967 verscheen Phil Bloom naakt op de VPRO-televisie. Indertijd leidde dit tot zoveel commotie, dat zelfs de Tweede Kamer zich ermee bemoeide. Ook haalde zij de internationale pers. Zelfs de Amerikaanse editie van Playboy besteedde er aandacht aan. En dat terwijl het niet eens de bedoeling was om te shockeren. Althans, zo verklaarde Hans Verhagen, een van de makers van het illustere programma. De avond vóór de opname belde hij Phil Bloom met de vraag of zij bloot door de studio wilde lopen. De deal werd gesloten voor een bedrag van welgeteld 150 gulden.
Ter plekke werd bedacht dat zij, slechts ‘gekleed’ met een bloemenvaas, door de studio zou lopen en deze vervolgens zou laten vallen. Deze scene kostte de VPRO 67 leden. Vreemd is dat deze scene aanvankelijk niet  tot politiek rumoer leidde. Mogelijk was het geheel in eerste instantie politiek aanvaardbaar door het niet in beeld komen van tepels of schaamhaar. Bij de tweede uitzending ging men een stapje verder. Opnieuw was Phil naakt te zien, terwijl zij een reactie uit Trouw voorlas naar aanleiding van haar eerste optreden. Nu inclusief tepelshots en met haar schaamhaar in beeld.
Na afloop van de (korte) scene, werd de krant weggelegd, kwamen de (blote) borsten van Phil close in beeld, met daar overheen het postadres van de VPRO. De later zeer bekende Simon Carmiggelt werkte indertijd als recensent. Hij was één van de weinigen die positief over Hoepla schreef. Hij zag de scene als een ideale service aan het geschokte deel van de VPRO-leden, die hun lidmaatschap wilden opzeggen. Een forse rel was geboren. Tot groot genoegen van de makers mengde ook de Tweede Kamer zich nu in de discussie.

Hoepla trok wereldwijd de aandacht. In de Verenigde Staten en Duitsland werden zelfs fragmenten vertoond (natuurlijk niet die waarin Phil in al haar naaktheid kon worden aanschouwd).‘Such a fuss as a blonde goes on tv in the nude’ meldde de Daily Mirror.

De derde aflevering was aanvankelijk gepland voor 10 november, maar werd een kleine 14 dagen uitgesteld. Twee controversiële  onderwerpen – een reportage over het slachten van een koe en een striptease van een vrouw, gemonteerd door een kamertoespraak van toenmalig premier De Jong over het programma – werden vooraf al verwijderd. Tot het uitzenden van een vierde aflevering – gepland voor 8 januari 1968 – is het nooit meer gekomen. Als ‘officiële’ reden werd mij monde van Dominee Mulder – toen directeur van de VPRO – verklaard dat Phil Bloom zich juist voorafgaande aan de uitzending in de VPRO-studio had laten fotograferen voor commerciële doeleinden.

Dit was de eerste keer dat er van bovenaf bij de VPRO werd ingegrepen in de uitzendingen. Zoals later bleek, zou het niet bij die ene keer blijven.

Geschreven doorGeschiedenisgek

maart 9, 2012 op 9:04 am

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.