@Geschiedenisgek

Persoonlijke bespiegelingen op de (vaderlandse) geschiedenis

Waar is prof. dr.ir. Akkermans toch gebleven?

laat een bericht achter »

Op 15 oktober 1989 – tijdens de formatie van het derde kabinet Lubbers – verschijnt prof.dr.ir. Akkermans voor het eerst op de televisie. Hij was te gast in ‘Kijk op het Rijk’, een onderdeel van ‘Keek op de Week’.  Gastheer was Louc Hobbema, een typetje van Wim de Bie. 

Akkermans viel niet zozeer op door zijn uiterlijk. Hij zag eruit als een doorsnee corpsbal: blauw blazertje, stropdas met klassiek motiefje, duur horloge en een modieuze bril. Nee, meer indruk maakte zijn bevroren glimlach, zijn hoog uitschietende stem en zijn ronduit stuitende ijdelheid.
Het typetje was meteen neergezet: het ging hier om een zelfingenomen, opgeblazen, over het paard getilde ijdeltuit. Iemand die het volkomen vanzelfsprekend vond dat hij gevraagd zou worden als staatssecretaris of als minister. Natuurlijk werd hij genoemd, want hij maakte deel uit van het old boys netwerk, dat kon je zo zien.

Op de cover van Elsevier
Akkermans maakte ogenblikkelijk furore. Nog geen drie weken later prijkte hij al voor het eerst op de cover van Elsevier. Breed grijnzend voor zijn goedgevulde boekenkast, de armen losjes over elkaar.

In de jaren daarna dook Akkermans regelmatig op. In april 1990 – bij de laatste uitzending van Keek op de Week – meldde Kees van Kooten in de VPRO-gids dat Akkermans aan de Open

Prof.dr.ir. Akkermans, een typetje van Kees van Kooten

Akkermans

Universiteit een leerstoel Simplisme had gekregen. Eén jaar later, in november 1991, berichtte NRC Handelsblad dat prof. dr.ir. Akkermans, net benoemd tot staatssecretaris voor het midden- en kleinbedrijf, bij Laag Keppel in Gelderland een paaltje had geramd. De aanleiding voor dit fakebericht was een ongelukje van Lubbers.

Afgezien van aprilgrappen was dit van de weinige keren, dat NRC Handelsblad – nota bene op de voorpagina – een nepbericht plaatste.

Geschreven doorGeschiedenisgek

februari 18, 2012 op 11:56 pm

Beroemde bestuurders: wethouder Hekking

laat een bericht achter »

Wethouder Tj. Hekking werd min of meer bij toeval geboren.  Ergens aan het Naardermeer, eind 1982. Kees van Kooten en Wim de Bie waren er met een bord met de plaatsnaam Juinen. In 1984 vertelde Kees van Kooten aan muziektijdschrift Oor hoe het destijds was gegaan.

Wethouder Hekking op zijn favoriete plek: de voorpagina van de krant, vol in de publiciteit. Kees van Kooten. VPRO

Hekking

‘Wij stonden ook alleen maar met die burgemeester en wethouder onder dat ene bord met Juinen, daar aan het Naardermeer. Drie takes, vier takes, pogingen en ineens merken we dan: die wethouder wordt gek van ijdelheid en staat alleen maar in die camera te kijken. je kunt dat niet op papier bedenken. Het karakter van zo’n figuur moet tijdens het draaien groeien.’

De naam Hekking gaat niet – zoals bij veel andere typetjes – terug op een figuur uit de jeugd van Van Kooten en De Bie, maar werd gekozen om de zangerige klank. Aanvankelijk had Hekking alleen voorletters, geen voornaam. Maar toen er brieven binnenkwamen met de vraag waar dat ‘Tj.’voor stond, moest er iets worden verzonnen.
Het werd Tjolk naar een toentertijd bekend merk frisdrank.

Meesterlijk type
Tjolk Hekking was een meesterlijk type. Met zijn strak over het voorhoofd gekamde haren en zijn jaren-vijftigbril.  Hij droeg een bruin pak en een rode wollen trui, waar zijn stropdas op een vreemde manier bovenuit was getrokken, als betrof het een choker.

Steeds als burgemeester Van der Vaart iets in het moeilijke Juinense dialect probeerde te zeggen, verbeterde Hekking hem. Maar zijn meest in het oog springende eigenschap was zijn onvoorstelbare camerageilheid. Stond hij aan het begin van een scène nog naast, of achter Van der Vaart, gaande weg wist hij zich op een hinderlijke, maar toch relatief onopvallende manier naar voren te wurmen, de camera de hele tijd scherp in de gaten houdend.

Het is vooral die eigenschap die Hekking in de Nederlandse taal onsterfelijk heeft gemaakt. Het type mens was er natuurlijk al; er bestond alleen nog geen naam voor.

Geschreven doorGeschiedenisgek

februari 15, 2012 op 9:26 am

Misdaden in nazi-concentratiekampen: het medische experiment

laat een bericht achter »

Met de vaststelling dat de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog in concentratiekampen misdaden hebben begaan die voor een normaal denkend mens nauwelijks te bevatten zijn, vertel ik niets nieuws. Naast het moorden en martelen werden er ook medische experimenten uitgevoerd. De bekendste dader is dr. Josef Mengele. Maar in werkelijkheid waren er meer. Voor zover kan worden nagegaan, hebben tussen de 60 en 70 medici aan deze verderfelijke praktijken meegewerkt.

Jozef Mengele, berucht arts uit het nazi-concentratiekamp Auschwitz

Mengele

De experimenten werden voor meerdere doeleinden uitgevoerd. Mengele was bijvoorbeeld veel bezig met genetica.  Andere onderzoeken hadden betrekking op de werking van nieuwe wapens,  medicijnen of alternatieve therapieën. Ook werd er onderzocht in hoeverre de mens onder extreme omstandigheden kon overleven. De SS vond het in die tijd heel normaal om deze experimenten – in werkelijkheid klinkklare martelpraktijken – op untermenschen, zoals zigeuners en joden uit te voeren.

De Tweede Wereldoorlog was nog niet eens begonnen, toen er in Sachsenhausen – circa 35 kilometer van Berlijn – voor het eerst proeven werden gedaan om de uitwerking van bepaalde types gifgas op mensen te testen.

De onderzoeken die moesten leiden tot oplossingen om militairen en zeelieden beter bestand te laten zijn tegen extreme omstandigheden werden voornamelijk in Dachau uitgevoerd. In juni 1944 zijn daar 40 zigeuners uit Buchenwald naar overgeplaatst. Zij kregen proeven te ondergaan om zeewater drinkbaar te maken. Daarvoor heeft men getest in hoeverre gevangenen bestand waren tegen het inademen van zuurstofarme lucht, zoals een jachtvlieger zou moeten doen als hij op grote hoogte zijn toestel onverrichter zake zou moeten verlaten. Al deze proeven (een deel daarvan in aanwezigheid van Himmler persoonlijk) hebben 70 tot 80 mensenlevens gevergd.

Experimenten ter versnelling van de voortplanting
Een ander opvallend onderwerp. Voor zover bekend, zijn hiervoor onderzoeken verricht in Mauthausen, Buchenwald en Auschwitz.  In Mauthausen zijn in de herfst van 1941 bij elf gevangenen de teelballen weggenomen, waarna hen hormoonpreparaten werden toegediend. In Buchenwald heeft men nagegaan of mannelijke homoseksuelen na de inplanting van klieren of het toedienen van synthetische hormonen hun seksuele geaardheid zouden verliezen. En in het Auschwitz-complex heeft SS-arts dr. Jozef Mengele in de periode 1942-1944 getracht de factoren te ontdekken die zorgen voor het ter wereld komen van tweelingen of dwergen.  Kennelijk was het Mengele’s wens dat het Herrenvolk zoveel mogelijk tweelingen en zo min mogelijk dwergen zou voortbrengen.

Uit getuigenverklaringen die zijn opgetekend door dr. L. de Jong is overigens gebleken dat Mengele als een slecht arts moest worden beschouwd. Niet alleen had hij slechts zeer beperkte vakkennis. Ieder verantwoordelijkheidsgevoel was hem volkomen vreemd. Een mensenleven betekende voor deze man hoegenaamd niets. Het was nog minder waard dan dat van een proefkonijn.

Voor het schetsen van een zo objectief mogelijk kader waarin deze wanstaltige proeven werden uitgevoerd, sluit ik af met een gedeelte van het verhoor van de SS-Lagerarzt van het concentratiekamp Sachsenhausen, Baumkötter, voor een Russisch militair tribunaal. Dit citaat is afkomstig  uit deel 8 van ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’ van dr. L. de Jong.

Aanklager: ‘Werden er experimenten met cyaankali uitgevoerd?’
Baumkötter: ‘Ja. Dat was eind 1944 of begin 1945, toen de Sanitätsinspektor van de concentratiekampen – SS-Standartenführer Lolling -  in het kamp kwam. Daarvoor was ook een gevangene uitgezocht voor een bepaald experiment. Ik moest met de Sanitätsinspektor naar het crematorium gaan. Onderweg trok Lolling uit zijn aansteker een kleine ampul van 1 cm inhoud. Deze werd in de mond van de gevangene gestopt en hij moest er op bijten.’
Aanklager: ‘Na hoeveel tijd trad de dood in?’
Baumkötter: ‘Ik stelde vast dat de dood reeds na 15 seconden was ingetreden.’
Aanklager: ‘Met welk doel werd dit experiment eigenlijk uitgevoerd? De werking van cyaankali op het menselijk organisme was toch al lang bekend?’
Baumkötter: ‘Met dit experiment moest alleen vastgesteld worden in hoeveel tijd de toegediende dosis op de mens dodelijk werkt. Voor zover ik weet, werd dit experiment op bevel van Pöhl uitgevoerd om een middel te vinden dat het de hoge SS-leiders mogelijk zou maken om – na de mislukking van deze oorlog – zich pijnloos en in zeer korte tijd aan hun verantwoordelijkheid te onttrekken.’

Himmler heeft op 23 mei 1945, ruim twee weken na de capitulatie van Duitsland, van dit middel gebruik gemaakt.

Geschreven doorGeschiedenisgek

februari 13, 2012 op 1:26 am

De parlementsvoorzitter en de Kristallnacht

laat een bericht achter »

Politici spenderen veel tijd aan praten: toespraken, vergaderingen, debatten. En als er dan wordt teruggegrepen op de geschiedenis om het eigen standpunt kracht bij te zetten, dan moet de context wél duidelijk zijn. Onduidelijkheid leidt soms tot rampzalige gevolgen. Vraag dat maar aan Philipp Jenninger.

Philipp Jenninger, voorzitter van het Duitse parlementToen hij voorzitter van de Duitse Bondsdag (vergelijkbaar met onze Tweede Kamer) was, maakte Jenninger in een toespraak ter herdenking van de Kristallnacht gebruik van de ‘vrije indirecte rede’. Een stijlmiddel waarin ‘citaataanduiders’ (essentieel voor het neerzetten van het juiste historische kader) ontbreken. Toehoorders beluisterden in zijn rede antisemitische uitspraken en Jenninger moest aftreden.
In werkelijkheid had hij echter geen goed woord overgehad voor de politiek van de nazi’s.  Hoe kon het politiek zo noodlottige misverstand dan ontstaan?

Om de houding van het Duitse volk tijdens de oorlog te schetsen, zei Jenninger onder meer: ‘En wat de joden betrof: hadden die zich in het verleden niet een rol aangematigd die hen niet toekwam? Moesten zij niet eindelijk eens wat beperkingen accepteren?’
Formuleringen als deze veroorzaakten het fatale misverstand. Waar Jenninger in de  ’vrije indirecte rede’ anonieme Duitsers aanhaalde, vatte zijn gehoor deze uitspraken op alsof ze van hemzelf waren. Dit was een direct gevolg van de vrije indirecte rede – een stijlfiguur die verteller en personage zo dicht bij elkaar brengt, dat het onderscheid vervaagt.

 

Geschreven doorGeschiedenisgek

februari 7, 2012 op 8:12 am

Henk Sneevliet: Nederlandse held in China

laat een bericht achter »

Henk Sneevliet heeft als eerste linkse Nederlandse politicus het politieke wereldtoneel bereikt. Hij deed dat als adviseur van Mao bij de oprichting van de Chinese Communistische Partij. Sinds die tijd wordt hij in communistisch China als held geëerd. 

Henk Sneevliet. In Nederland vrijwel vergeten, in Communistisch China een held.De internationale politieke rol van Sneevliet (1883-1942), geboren in een straatarm Rotterdams gezin, begon in het toenmalig Nederlands-Indië waar hij in 1913 naartoe was verhuisd. Tijdens zijn verblijf in Indië werkte Sneevliet zó gedreven mee aan de oprichting van Partai Komunis Indonesia (PKI), dat hij in 1917 werd uitgewezen.
De ervaringen die Sneevliet in Indië had opgedaan waren van grote betekenis voor de rol die hij hierna in China zou spelen bij de oprichting van de Chinese Communistische Partij.

De missie naar China
De Derde Internationale, beter bekend als de Communistische Internationale (Komintern), werd in 1919 onder leiding van Vladimir Lenin (1870-1924)] georganiseerd. Sneevliet was lid van het Uitvoerend Comité van de Communistische Internationale. De Internationale zond hem naar het Verre Oosten om de situatie waarin China verkeerde te onderzoeken. Ook werd hem gevraagd te helpen bij het opzetten van een communistische partij. In het politieke klimaat van die tijd was dit niet zonder gevaar.

Dat een hoge afgevaardigde van de Komintern deze zware taak persoonlijk op zich nam, leidde tot paniek en spanning in zowel westerse kapitalistische kringen als bij oosterse gezaghebbers. Die hadden van Sneevliets aanstaande komst gehoord doordat het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag in november 1920 een geheime telegram had gestuurd naar de zaakgelastigde voor China in Beijing, waarin de achtergrond van Sneevliet volledig uit de doeken werd gedaan: ‘Sneevliet is door de Derde Internationale in Moskou naar het Verre Oosten gestuurd om een propagandacampagne te volbrengen.’

Het spoor bijster
Vanaf zijn aankomst in Shanghai werd Sneevliet, in China beter bekend onder de schuilnaam Maring,  geschaduwd door geheime agenten. En hoewel het toezicht van deze agenten Henk Sneevliet in zijn werkkamer in Semarang (Indonesië)scherp was, lukte het hem toch zijn achtervolgers kwijt te raken. Op de daktuin van de firma Eeuwige Vrede, gevestigd in het plaatselijke Oriental Hotel, maakte Sneevliet voor het eerst kennis met ene Nikolski, afkomstig uit Rusland. Die was uit Siberië via het noordoosten van China naar Shanghai gekomen met dezelfde opdracht als Sneevliet: hulp bieden bij het oprichten van een Chinese Communistische Partij en het opzetten van een congres dat daartoe moest leiden.

Sneevliet moet in die tijd heel erg succesvol zijn geweest bij het afschudden van achtervolgers. In de aantekeningen van de geheime agenten wordt veelvuldig verhaald van zijn verplaatsingen en verhuisactiviteiten. Maar zij hebben nooit ontdekt dat Sneevliet in 1921 in Shanghai het eerste congres van de CCP organiseerde.

Dertien afgevaardigden bijeen
In Shanghai werd Sneevliet ondersteund door de ‘twee Li’s’: Li Da en Li Hanjun. Li Da herinnerde zich later: ‘Nadat ze (Sneevliet en Nikolski, HH) met ons in contact waren gekomen, stelden zij voor dat we zo snel mogelijk een congres van afgevaardigden uit het hele land bijeen zouden roepen om een partij op te richten. Daarop schreef ik een brief aan allerlei partijgroeperingen, dat elke groep twee personen moest afvaardigen naar het congres in Shanghai.’

Eén voor één kwamen de in totaal dertien afgevaardigden onder wie Mao Zedong (1893-1976) naar Shanghai. Op 23 juli 1921 om 8 uur ’s avonds zaten zij, samen met Sneevliet en Nikolski, aan de lange rechthoekige eettafel van Li Da. Het eerste Nationale Congres van de Chinese Communistische Partij was een feit.

Samenwerking en burgeroorlog
Nadat de Chinese Communistische Partij was opgericht, hielp Sneevliet ook bij het opzetten van een politieke strategie en het uitvoeren van de samenwerking van de CCP met de Kwomintang.

Sneevliet was van mening dat toetreding tot de Kwomintang en het verwerven van leidinggevende posities binnen deze partij essentiële voorwaarden waren voor het handhaven van de eigen identiteit van de Chinese communisten.

De samenwerking hield stand tot het overlijden van dr. Sun Yat-sen (1866-1925 – de eerste leider van de Kwomintang. Diens opvolger, generaal Chiang Kai-shek (1887-1975)  had niet Generaal Chiang-Kai shek. Tegenstander van de communisten van Maozoveel op met communisten. Velen van hen kwamen tijdens een enorme heksenjacht om het leven. Uiteindelijk zag Mao kans om met een kleine 20.000 volgelingen ongedeerd naar het noorden van China te ontkomen.

De Tweede Chinees-Japanse oorlog was de laatste maal dat Mao en Chiang met elkaar samenwerkten. Hun beide legers vochten zij aan zij tegen de Japanse bezetter. Toen deze oorlog voorbij was, ontketende Mao een burgeroorlog die hij glansrijk won. In 1949 werd de Chinese Volksrepubliek uitgeroepen met de Chinese Communistische Partij aan het roer. Chiang vluchtte met zoveel mogelijk volgelingen (en kunstschatten) naar Taiwan.

Terug naar Nederland
In juni 1923, op het derde partijcongres van de Chinese Communistische Partij, werd Mao Zedong gekozen tot lid van het Centraal Comité zijn eerste in het oog lopende politieke functie. In oktober van datzelfde jaar verliet Sneevliet China en keerde terug naar Nederland.

Eenmaal terug in Nederland zorgde Sneevliet in 1933 voor een unicum in onze parlementaire geschiedenis. Bij de verkiezingen van dat jaar veroverde hij voor zijn partij – de Revolutionair Socialistische Arbeiderspartij (RSAP) –  een zetel in de Tweede Kamer terwijl hij nog een gevangenisstraf moest uitzitten wegens opruiing.

Tweede Wereldoorlog: verzet en terechtstelling
Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog leidde ertoe dat de RSAP op 14 mei 1940 werd opgeheven. Sneevliet was toen al ondergedoken en werd actief bij het verzet. Op 6 maart 1942 werd hij in Bergen op Zoom gearresteerd. Zijn invloed was ook toen buitengewoon groot. Dat besefte ook rijkscommissaris Seyss-Inquart. Hij beschouwde Sneevliet als ‘het prototype van een revolutionair op internationale grondslag’ en verder dat ‘zijn intelligentie hem tot de gevaarlijkste tegenstander van iedere staatsorde maakte.’ Henk Sneevliet werd op 13 april 1942 gefusilleerd.

Door zijn directe betrokkenheid bij de oprichting van de Chinese Communistische Partij is Henk Sneevliet er een nationale held. Dat een niet-Chinees in de roerige jaren twintig zijn leven waagde om de Chinese Communistische Partij van de grond te krijgen vond en vind men nog steeds heel bijzonder. Niet alleen staat hij in alle Chinese geschiedenisboeken, ook komen er tot op de dag van vandaag delegaties uit Communistisch China naar Nederland om onderzoek te doen bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam, de beheerder van de politieke nalatenschap van Sneevliet.

Chinese delegatie bj Sneevliet-herdenking

Gepubliceerd op: www.geschiedenisbeleven.nl

Geschreven doorGeschiedenisgek

januari 31, 2012 op 9:31 am

Süskind: geen verrader maar verzetsheld

laat een bericht achter »

Tijdens de Tweede Wereldoorlog gold Walter Süskind in de ogen van velen als collaborateur. Intussen zag hij kans om – onder de neus van de bezetter – circa 600 joodse kinderen en de nodige volwassenen in veiligheid te brengen.

Walter Süskind. Held van het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. In ogen van velen een verrader, maar in werkelijkheid redder van 600 joodse kinderen.

Walter Süskind (collectie Joods Historisch Museum)

De Hollandsche Schouwburg in Amsterdam was tussen augustus 1942 en november 1943 een verzamelpunt van waaruit joodse Nederlanders werden gedeporteerd. In afwachting van transport zijn volwassenen ondergebracht in de schouwburg zelf. Voor de kinderen is aan de overkant van de straat een crèche ingericht.

Walter Süskind is – namens de Joodse Raad – aangesteld als directeur van het complex. Hij is onder meer de baas van het joodse personeel, verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken in het gebouw en voor de planning van alle deportaties. Süskind is in 1906 in Duitsland (Lüdenscheid) geboren als kind van Nederlandse ouders. Hij spreekt vloeiend Duits, onmisbaar voor zijn werk in de schouwburg.

Geheim
Voor de oorlog maakte Süskind carrière bij een groot margarinebedrijf in Duitsland, tot hij in 1938 gedwongen ontslag moest nemen vanwege zijn Joodse afkomst. Hij week met zijn gezin en familie uit naar Nederland. Eerst werkte hij nog kort voor Unilever. Maar dat is vrij snel na de bezetting ook afgelopen. De familie Süskind verhuist bovendien gedwongen van Brabant naar Amsterdam. Een poging om naar de Verenigde Staten te emigreren strandt.

Vrij snel na zijn aanstelling in de Hollandsche Schouwburg begint Süskind in het diepste geheim aan plannen om joodse kinderen te laten onderduiken. Levensgevaarlijk, want op hulp aan joden staan strenge straffen. Onder andere verzetsman Joop Woortman en Henriëtte Pimentel, de directrice van de crèche, werken mee aan de onderduikplannen.

Dekmantel
Om zijn levensgevaarlijke plannen uit te kunnen voeren, papt Süskind aan met Ferdinand Aus der Fünten (1909-1989), uitvoerend hoofd van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung (het Centraal Bureau voor Joodse Emigratie). Holocaustoverlevende Ries van der Pol vertelde daarover: ‘Walter Süskind gedroeg zich alsof hij Aus der Fünten nog van vroeger kende uit Duitsland.’ Zo bouwt Süskind krediet op en kan hij, redelijk onopgemerkt, rommelen met de administratie en kinderen en volwassenen ‘zoek’ maken in het systeem.

Süskind’s ogenschijnlijk vriendschappelijke relatie met Aus der Fünten en andere nazi’s is een perfecte dekmantel. Die is zelfs zo goed dat hij – ten onrechte – nadrukkelijk het etiket van collaborateur opgeplakt krijgt. Veel joden beschouwen hem als een verrader van de joodse zaak. Dat maakt zijn positie bij de joodse gevangenen niet bepaald eenvoudiger.

Halte Plantage Middenlaan
Voor ontsnappingen uit de Hollandsche Schouwburg en uit de crèche komt hulp van buiten. Die hulp komt van de Naamloze Vennootschap – de verzetsgroep rond Joop Woortman – Vóór de Tweede Wereldoorlog een gewoon theater. Tijdens de jodenvervolging verzamelplaats van waaruit de deportaties naar Westerbork werden uitgevoerd.en de Amsterdamse Studentengroep, onder leiding van Piet Meerburg, het Utrechts Kindercomité en de Trouwgroep. Een ondergrondse groepering die ook betrokken is bij de gelijknamige illegale krant.

De leiders van de verzetsgroepen komen regelmatig langs bij Süskind. Van hem horen ze hoeveel kinderen uit de crèche gehaald kunnen worden. De verzetsgroepen regelen onderduikadressen. Op de dag van de ontsnapping van een kind verschijnt er een studente aan de voordeur van de crèche. De Duitse bewaking staat aan de overkant vóór de Hollandse Schouwburg. Dat betekent geduldig wachten totdat er een tram stopte aan de halte Plantage Middenlaan, precies tussen de beide gebouwen in. Er is dan precies genoeg tijd om het kind over te nemen en razendsnel te verdwijnen. ‘Je deed het, maar later vraag je je af, hoe je het durfde te doen’, vertelde een koerierster, die heel veel kinderen in veiligheid bracht.

Op het matje
In het voorjaar van 1943 ontstaat er een nieuwe ontsnappingsroute voor de kinderen. Twee huizen verderop naast de crèche is de Hervormde Kweekschool gevestigd. Achter het tussengelegen gebouw grenzen de beide tuinen aan elkaar. Er zit slechts een lage heg tussen en … de tuinen worden niet bewaakt! De joodse verzorgsters brengen baby’s en kleine kinderen eenvoudig achterom naar de kweekschool. Met goedvinden van de schooldirecteur staan daar in een lokaal wiegjes en bedden klaar. Studenten kunnen de kinderen daar zonder op te vallen meenemen. Baby’s bijvoorbeeld worden vaak verborgen in een rugzak of grote boodschappentas.

Helemaal onopgemerkt blijven de verdwijningen niet. Een getuige vertelde: ‘Herhaaldelijk werd Süskind door de SD op het matje geroepen, verdacht van medewerking aan de vluchtpogingen.’ Maar hij weet zich steeds vrij te pleiten. Zijn beheersing van de Duitse taal en omgangsvormen komen hem daarbij ongetwijfeld goed van pas.

Westerbork
Na de laatste grote ‘razzia’ op 29 september 1943 is Amsterdam in Duits-ambtelijke zin ‘Judenfrei’. Officieel zijn er geen joden meer in Amsterdam. Zij die niet zijn opgepakt, zitten ondergedoken. Op 15 december 1943 worden ook Walter Süskind, zijn vrouw Johanna en hun vijfjarige dochtertje Yvonne naar Westerbork gedeporteerd.

Op 3 september 1944 gaat het gezin Süskind op transport ‘naar het oosten’ met de laatste trein die uit Westerbork vertrekt. Tot dit laatste transport behoren óók de acht onderduikers die een maand eerder door verraad in het Achterhuis  zijn gearresteerd: de families Frank (vader, moeder, Margot, Anne), Van Daan (vader, moeder en Peter) en de heer Pfeffer.

Süskind komt – na een tussenstop in Theresienstadt – op 24 oktober 1944 aan in Auschwitz. Johanna en Yvonne worden vrijwel direct na aankomst vergast. Voor zover bekend, blijft Walter in het kamp. Het is niet duidelijk wanneer en op welke manier Süskind is overleden. In het Amsterdamse bevolkingsregister is slechts een sobere notitie terug te vinden: Süskind, Walter, gestorven op 28 februari 1945 in Midden-Europa.

De werkelijke rol van Walter Süskind werd pas ruim na de Tweede Wereldoorlog bekend. Zonder medeweten van de Joodse Raad heeft hij vele mensenlevens gered. De vermeende verrader bleek verzetsheld te zijn.

De Süskindbrug in Amsterdam. Een bescheiden eerbetoon voor een grote held.

 

Gepubliceerd op: www.geschiedenisbeleven.nl

 

Geschreven doorGeschiedenisgek

januari 27, 2012 op 7:47 am

Een vergeten massavernietigingswapen

laat een bericht achter »

Volgens de min of meer voor de hand liggende definitie is een massavernietingswapen een wapen waarmee (direct of indirect)  in één keer veel mensen worden gedood. Deze wapens staan ook bekend als NBC-wapens; NBC staat daarbij voor Nucleaire, Biologische of Chemische wapens. Maar hoort daar vanuit historisch perspectief de V2 eigenlijk ook niet bij?

De V2 direct na lancering

De V2 direct na lancering

De V2 was – voor zover bekend – ‘s werelds eerste onbemande geleide ballistische raket.  De V2 bereikte een maximale hoogte van 83 tot 93 kilometer en had een bereik van tussen de 321 en 362 kilometer. De eerste lancering ooit vond plaats vanaf een lanceerinstallatie bij Wassenaar. De raket werd door de nazi’s  als aanvalswapen ingezet vanaf 8 september 1944. Als belangrijkste doelen fungeerden Londen en Parijs.
Het V2-offensief duurde van september 1944 tot en met maart 1945. Het gebied rond Londen werd in die periode door meer dan 500 V2′s getroffen.

Aan de lancering ging een complex van activiteiten vooraf
Voor de lancering van V2’s naar Engeland  werden in 1943 en 1944 in Noord-Frankrijk enorme bunkers gebouwd. Hiervoor gebruikte men 40.000 krijgsgevangenen en dwangarbeiders. Zesduizend van hen begonnen bij het stadje Éperlecques waar de uitgraving begon voor het latere “blockhaus” en de rest bij Saint-Omer en Wizernes. Een andere V2-lanceerbunker stond bij het stadje Sottevast vlakbij Cherbourg. Omdat deze plaatsen zwaar werden gebombardeerd, zijn er nooit V2’s uit verschoten.

Men ging daarop snel over tot het formeren van mobiele lanceereenheden volgens een simpel concept. Een lanceereenheid bestond uit circa 30 voertuigen. Hieronder waren een transporttrailer, een mobiele kraan, een lanceertrailer, tankvoertuigen en commandovoertuigen. De raketten zelf werden met de brandstoffen per spoor op bepaalde punten afgeleverd. De springladingen kwamen per vrachtwagen.

Speciaal transportpersoneel bracht de ladingen en onderdelen naar in het veld gelegen opslagplaatsen, van waaruit een aantal lanceerplaatsen werd bevoorraad. Een veldopslag kon circa 30 raketten bevatten die door technisch personeel werden onderhouden.

De afvuureenheid ontmoette de technische eenheid altijd op een afgesproken punt voor de overdracht van de kant en klare raket zonder brandstof. De raket werd dan met een grote mobiele kraan van de zogeheten Vidalwagen op de Meillerwagen gezet. Deze procedure vond vaak in een bos of park plaats om zo veel mogelijk camouflage te bieden tegen de geallieerde jachtvliegtuigen.

Daarna reed de afvuureenheid naar de lanceerplaats; de Meillerwagen zette de V2 verticaal op de afvuurring; tests werden gehouden; de raket werd uitgelijnd en van brandstof voorzien; de gyroscopen werden afgesteld en alles werd op scherp gezet. Na het overeind zetten van de raket duurde het gereed maken nog een kleine 90 minuten.

De beste afvuurplekken waren plaatsen met veel camouflage en een stevige vlakke ondergrond voor de afvuurring. Vaak werden hiervoor gewone wegen gebruikt. Open plekken of

Lanceerinstallatie voor een V2, Tweede Wereldoorlog, nazi's

V2 op lanceerinstallatie

pleinen in een park waren ideaal; ze boden niet alleen goede camouflage maar ook bescherming tegen plotselinge windvlagen waar de V2 tijdens zijn langzame start zeer gevoelig voor was. De afvuureenheid werkte het liefst in de avondschemering en had de omgeving binnen 30 minuten na de lancering alweer verlaten zodat ze nooit door vijandelijke jagers verrast werd. Per lancering bracht ze een gedetailleerd rapport uit. Na de oorlog bleek dat de geallieerden er nooit achter zijn gekomen hoe deze V2-afvuureenheden werkten.

Voor lancering woog een lege V2 4539 kg. Eenmaal gevuld en op een druk van 200 bar woog hij 12.700 kg. Elektrische bekabeling werd aangesloten en de gyroscopen werden gestart met 28 volt en 60 ampère gelijkstroom. Tot 32 bar samengeperste stikstof spoot waterstofperoxide en natriumpermanganaat in de 430 kW (580 pk)-turbine die hierdoor met 63 Hz (3800 omwentelingen per minuut) ging draaien. De turbine dreef twee pompen aan die de methylalcohol met een druk van 23 bar via 1224 inspuitopeningen (58 kg/sec) en vloeibare zuurstof met een druk van 17,5 bar (72 kg/sec) via 2160 inspuitopeningen in de verbrandingskamer perste. De brandstof werd ontstoken en bereikte een temperatuur van 2500° Celsius bij 15 bar druk. Dit was niet genoeg voor een lancering; na een controle of de motor goed werkte werd de verbrandingssnelheid verhoogd en vervolgens werden de lanceerkabels elektromagnetisch verbroken.

De rol van Wernher von Braun
De V2 is ontwikkeld door een aantal raketgeleerden, onder leiding van Wernher von Braun.  Von Braun, die na de oorlog – samen met een groot aantal V2′s  - door de Amerikanen werd meegenomen, slaagde er in de jaren 70 in om de Amerikanen als eersten naar de maan te brengen. Dat was NASA zonder deze oud-nazi beslist nooit in dezelfde (relatief korte) periode gelukt.

Toen Von Braun in Amerika meer en meer in de publiciteit kwam, werd zijn oorlogsverleden zorgvuldig ‘geheim’ gehouden. De enige die daar ‘subtiel’ aandacht voor vroeg was cabaretier Tom Lehrer.  Het heeft Von Braun echter nooit gehinderd in zijn carrière.

De V2 in Kuifje-albums?
De raket in de Kuifje-albums Mannen op de maan en Raket naar de maan doet erg aan de V2 denken. Dit is geen toeval. De raket was door Hergé inderdaad gemodelleerd naar de Duitse V2.

Geschreven doorGeschiedenisgek

januari 26, 2012 op 10:11 am

Plaszów: het vergeten concentratiekamp

laat een bericht achter »

In de directe omgeving van het huidige Krakau was van 1941 tot 1945 het concentratiekamp Plaszów gevestigd. Het merendeel van de overwegend joodse gevangenen werd als dwangarbeider ingezet in de wapenindustrie en een steengroeve. Het sterftecijfer in het map was – zelfs voor SS-normen – extreem hoog. Aan de ene kant kwam dit door de minimale sanitaire voorzieningen, met als gevolg de regelmatige uitbraak van tyfus en difterie. Maar aan de andere kant leverde het schrikbewind van kampcommandant Amon Göth er ook een belangrijke bijdrage aan.

Schindler’s list
Begin jaren negentig kwam het vergeten concentratiekamp weer even vol in de publiciteit. Die publicitaire aandacht had alles te maken met Schindler’s List – een film van Steven Spielberg. Het verhaal speelt zich voor een deel af in en rond Plaszów.

 

Hoe precies de relatie van Göth met Schindler was, is niet duidelijk. Ook in de film wordt daar slechts beperkt aandacht aan besteed. Van Göth wordt beweerd dat hij regelmatig vanaf zijn balkon joodse gevangenen doodschoot met een scherpschuttersgeweer.

Amon Goeth, de sadistische commandant van het conentratiekamp Plaszów. Voor een deel de plek waar Schindler's List zich afspeelt.Aangenomen wordt dat Schindler de zogenaamde vriendschap in stand hield om zoveel mogelijk joden te kunnen redden. Deze joden woonden aanvankelijk in een ‘filiaal’ van het concentratiekamp. Dit subkamp was gevestigd in de fabriek van Schindler. Maar toen het Rode Leger in 1944 het kamp snel wist te naderen, moest de dependance sluiten, werd het kamp ontruimd en begonnen de overlevenden aan een lange dodenmars naar Auschwitz.  Zij die de mars overleefden, werden in Auschwitz vergast.

Na de oorlog
In een proces voor het hooggerechtshof van Polen werd Göth schuldig bevonden aan de dood van tienduizenden mensen. Hij werd ter dood veroordeeld en op 13 september 1946 – na twee mislukte pogingen – opgehangen. De executie vond plaats in de directe omgeving van het voormalige concentratiekamp waar hij dood en verderf had gezaaid.

Geschreven doorGeschiedenisgek

januari 19, 2012 op 10:57 am

Een hel in de modder

met één reactie

Ten tijde van de Eerste Wereldoorlog zijn heel veel veldslagen geleverd. De een nog omvangrijker en bloediger dan de ander. Eén van de beruchtste uit dit trieste geheel is de Slag bij Passendale in de buurt van Ieper. In de geschiedschrijving ook wel omschreven als de ‘derde slag bij Ieper’.

Voor deze derde slag bij Ieper brengt het Britse opperbevel het vijfde leger van generaal Gough in stelling. Daarnaast is zuidelijk daarvan ook het tweede leger van generaal Plummer beschikbaar. Aan Britse kant wordt een omvangrijk offensief voorbereid. Eerst moet de Britse artillerie de Duitse verdedigingslinies vernietigen, daarna volgt een massale aanval van de infanterie.
De plannen liepen voor een deel in het honderd doordat  Duitse troepen op 12 juli 1917 met massale beschieting (met mosterdgas) van de Britse stellingen begonnen. Een slecht begin voor het geallieerde artilleriebombardement dat vier dagen later van start gaat. In twee weken tijd vuren de Britten ruim vier miljoen projectielen af op de Duitse linies, dat is tweeënhalve keer zoveel als een jaar eerder aan de Somme.

Het slagveld ter hoogte van Ieper in het Belgische Vlaanderen

Aan de vooravond van de slag vindt op 26 juli één van de allergrootste luchtgevechten van de Eerste Wereldoorlog plaats. Ter hoogte van het Polygoonbos zetten de strijdende partijen maar liefst 94 toestellen in.

Eind juli begint het te regenen. Het kapotgeschoten terrein wordt al snel uiterst drassig. Na herhaaldelijk uitstel openen de negen divisies van het Britse Vijfde Leger op 31 juli 1917 eindelijk de aanval. Maar de tankbrigades komen niet vooruit door de modder; de aanval loopt vast op de Wilhelmstellung en moet worden gestaakt. In drie dagen tijd hebben de Britten drie kilometer terreinwinst geboekt, amper de helft van wat ze zich als doel hadden gesteld.

Op 10 augustus lanceren de Britten een aanval op de hoogten rond Geluveld. Die zijn voor de Duitsers van groot strategisch belang: van daaruit kunnen ze immers de hele Britse rechterflank onder vuur nemen. Maar de aanval mislukt, alleen Westhoek wordt ingenomen. Midden augustus verplaatsen de gevechten zich naar Langemark.

Het slagveld wordt een modderpoel
Op 4 oktober bereiken de Britten de Flandern I-Stellung. Die linie willen de Duitsers koste wat kost verdedigen. Daarom wijken ze af van hun gebruikelijke tactiek en plaatsen ze al hun troepen in de voorste linie. Het resultaat is een bloedige catastrofe: 4 oktober wordt een zwarte dag voor de Duitsers. De Nieuw-Zeelanders veroveren ’s Graventafel en de 3e Australische Divisie doorbreekt de Flandern I-stelling bij het latere Tyne Cot Cemetery.

Oktober 1917 blijkt  één van de natste maanden van de eeuw. Plummer en Gough vragen om het offensief op te schorten, maar Haig heeft een overwinning nodig. Hij wil ook voorkomen dat de Duitsers verder naar het zuiden de uitgetelde Fransen zullen aanvallen. Wat aanvankelijk het doel van de eerste fase van het offensief was, wordt nu het einddoel van de hele campagne: de puinhopen van het dorp op de heuvelkam veroveren – Passendale.

In enkele dagen tijd veranderen aanhoudende stortregens het landschap in een modderzee, waarin mens, dier en machine verzuipen. Op 9 oktober kost het de Britse troepen elf uur om vanuit Ieper over smalle loopplanken hun vertrekposities te bereiken; de artillerie naar voren brengen is onmogelijk.

Het uiteindelijke resultaat
Na 100 dagen slag leveren, zijn de geallieerden welgeteld 8 kilometer opgerukt.  Voor dat ‘resultaat’ zijn 250.000 Britse militairen gedood, gewond of vermist. Aan Duitse kant liggen de verliezen iets lager. Een Britse overwinning leek trouwens van tevoren al onhaalbaar. De Britten vielen aan met 57 divisies; de Duitsers verdedigden met 88 divisies, een verhouding van één tegen anderhalf. Om succes te hebben had de verhouding omgekeerd moeten zijn: een Brits overwicht van twee of zelfs drie tegen één.

Toch is de Slag van Passendale medebepalend voor de afloop van de oorlog. Doordat de Duitsers in het noorden door Britse troepen worden gebonden door het daar uitgevoerde offensief, kunnen ze in het zuiden geen offensief inzetten tegen de (oververmoeide) Franse troepen.

Geschreven doorGeschiedenisgek

januari 5, 2012 op 11:31 am

Hermann Göring tijdens het proces van Neurenberg

laat een bericht achter »

Het proces van Neurenberg, officieel het Internationaal Militair Tribunaal, vond tussen 20 november 1945 en 1 oktober 1946 plaats in de Duitse stad Neurenberg. Maar liefst 22 voormalige nazikopstukken stonden terecht. Van alle beklaagden had Hermann Göring tijdens de Tweede Wereldoorlog de hoogste positie bekleed.

Hermann Goering in de beklaagdenbank tijdens de processen van NeurenbergGöring werkte mee met zijn ondervragers en met de Amerikaanse psychiaters die de gevangenen regelmatig onder observatie moesten houden. Dr. Douglas M. Kelley, de eerste psychiater, vond Göring narcistisch. Hij gebruikte gezichtslotions, poeders en crèmes voor zijn huid. Hij droeg zijden ondergoed en had zijn drie beroemde ringen meegenomen. Ook had hij vier met juwelen belegde horloges bij zich. Hij zag zijn gevangenschap betrekkelijk rustig onder ogen, aangezien hij nog altijd trots was op zijn voormalige positie en wapenfeiten. Hij was vastbesloten om – als belangrijkste overlevende leider van het naziregime – een goed figuur te slaan voor om het even welk openbaar gerechtshof. ‘Over vijftig  tot zestig jaar zullen in heel Duitsland standbeelden van Hermann Göring staan’, had hij tegen dr. Kelley gezegd.

De aanklacht
Dertig dagen voordat het proces zou beginnen, ontving Göring, tesamen met de andere verdachten, het document van 2400 woorden – in het Duits – dat de verkorte aanklacht behelsde die hij onder ogen moest zien.
Het eerst kwam wat genoemd werd het algemene plan of de samenzwering dat zaken als verdragsschending, het plannen maken voor offensieve oorlogen, de slechte behandeling van overwonnen volken, godsdienst- of rassenvervolging en het plannen maken voor het instellen van slavernij omvatte. Als tweede punt volgden de misdaden tegen de vrede, speciaal die welke verband hielden met invasiehandelingen. Het derde punt betrof oorlogsmisdaden, het vierde en laatste misdaden tegen de mensheid.

Onder de twee laatste punten werden de vreselijke aanklachten gegroepeerd tegen het naziregime – de misdaad van volkenmoord, wreedheid tegen krijgsgevangenen en de burgerbevolking in bezette landen, vervolging van hulpelozen, de exploitatie van slavenarbeid en de verschrikkelijke excessen in de concentratiekampen.

Het proces duurde veel langer dan dat men had voorzien: 218 dagen, van 20 november 1945 tot de slotzitting op 31 augustus 1946. Eén maand daarna: op 30 september en 1 oktober, werden de schuldigverklaringen en de motiveringen voorgelezen, waarna de strafmaat volgde.

Behandeling zo lang mogelijk rekken
Göring, zich zeer bewust van de publiciteit die hij kon winnen tijdens deze laatste openbare handeling van zijn leven, was vastbesloten de behandeling zo lang mogelijk te rekken. Hij was per slot van rekening de grote ster van de show. Dat kon niemand ontkennen.

Het voorlezen van de algemene akte van beschuldiging nam de gehele eerste dag in beslag en werd gevolgd door de individuele uitspraken van de beklaagden of zij zich al dan niet schuldig achten.

Göring, wiens gedrag in de rechtszaal voor de camera’s op zijn zacht gezegd uitdagend was,  probeerde een lange uiteenzetting te geven. Dit werd hem door de president, de Britse Lord Justice Lawrence, verboden. Hij werd gedwongen zich tot een korte en bondige verklaring te beperken. ‘In de zin van de tenlastelegging houd ik mijzelf voor niet schuldig’.  Alle vier de punten van de aanklacht waren hem ten laste gelegd.

 

Geschreven doorGeschiedenisgek

december 29, 2011 op 2:52 pm

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.